‘Encyclopaedia Britannica, 11e editie, van ‘Kaart’ tot ‘Mars’’, geschreven door verschillende auteurs, is een omvattend referentiewerk dat werd opgesteld in de vroege 20ste eeuw. Dit deel van de encyclopedie behandelt geografische informatie, cartografie en de ontwikkelingen in kaartenmakerij. Het beslaat een breed scala aan onderwerpen: van definities en klassificaties van kaarten tot de historische ontwikkeling van cartografie in verschillende culturen. De inleiding geeft een uitleg van het concept van kaarten, met aandacht voor hun toepassingen, klassificaties en de evolutie van kaartenmakerijstechnieken. Hierdoor wordt de fundamentele terminologie en de historische context duidelijk gemaakt, waardoor de belangrijke rol van kaarten voor navigatie, ontdekkingen en het begrijpen van geografische verspreidingen wordt benadrukt. Door te behandelen waaruit verschillende soorten kaarten zijn opgebouwd en hoe ze worden geklassificeerd, wordt lezers een inzicht gegeven in de functionele en artistieke aspecten van cartografie in verband met menselijk kennis en ontdekking.