‘The Coming of the Fairies’ van Arthur Conan Doyle is een non-fictief werk dat werd geschreven in de vroege 20ste eeuw. Het boek behandelt het controversiële onderwerp van de foto’s van feeën die naar verluidt echte feeën laten zien, genomen door twee jonge meisjes: Elsie Wright en Frances Griffiths. De auteur onderzoekt nauwgezet de omstandigheden rondom deze foto’s om hun authenticiteit vast te stellen en biedt inzichten in de bredere gevolgen van hun bestaan voor onze begrijping van de natuur en het paranormale. Het begin van het boek legt de basis voor een fascinerende verhaal, gevuld met scepticisme en hoop over het bestaan van feeën. Conan Doyle vertelt hoe hij voor het eerst van deze foto’s hoorde via gesprekken met bekenden; hij noemt ook een man genaamd Edward Gardner die hem over het verhaal vertelde. Elsie en Frances beweerden dat ze feeën in de bossen bij hun huis hadden gezien, waarna er uitgebreid wordt gekeken naar hun ervaringen en de reacties van mensen die de foto’s bestudeerden. Het boek vormt daarmee de basis voor het vervolgende onderzoek naar de authenticiteit van deze bewijzen, de betrokken personen en de fascinerend mysterieuze wereld der feeën – een wereld die potentieel onze perceptie van de werkelijkheid kan veranderen.