‘De Autobiografie van Goethe’ van Johann Wolfgang von Goethe is een autobiografie die tussen 1811 en 1833 werd geschreven. Het werk beschrijft het leven van Goethe van zijn jeugd tot hij 26 jaar oud is, en eindigt wanneer hij zich voorbereidt om naar Weimar te gaan in 1775. Goethe benaderde zijn levensverhaal als wetenschapper, historicus en kunstenaar; hij mengde bewust poezie en fictie met de waarheid. Hij beschrijft zijn jeugd in Frankfurt, zijn studietijd en zijn eerste literaire successen, terwijl hij ook zijn liefdesleven en intellectuele ontwikkeling vertelt. Het woord ‘Dichtung’ in de titel duidt op Goethes artistieke vrijheid om gebeurtenissen te kiezen en vorm te geven tot een boeiend verhaal.
Wikipediacpagina over dit boek: en.wikipedia.org/wiki/Dichtung_und_Wahrheit