«De pruikenmaker in het Williamsburg van de achttiende eeuw» van Bullock en Tonkin is een historische verhandeling die aan het einde van de twintigste eeuw werd gepubliceerd en het ambacht van pruiken maken en kapperswerk in het koloniale Williamsburg van de achttiende eeuw onderzoekt. Het boek gaat dieper in op het leven van Richard Gamble en zijn vakgenoten en werpt licht op hun rol als barbier-pruikenmakers, de maatschappelijke betekenis van pruiken en de culturele normen rond uiterlijke verzorging in dit tijdperk. Het verhaal volgt het leven en bedrijf van Richard Gamble, die te maken kreeg met talrijke rechtszaken over onbetaalde schulden, een veelvoorkomende kwelling onder ambachtslieden in het koloniale Virginia. Na zijn partnerschap met Edward Charlton, die uiteindelijk het bedrijf overnam, beschrijft het boek de verschillende pruikenstijlen die in die tijd populair waren en het ingewikkelde proces van pruiken maken. Aan de hand van rechtbankverslagen en bewaard gebleven kasboeken geven de auteurs inzicht in het klantenbestand, waaronder prominente figuren als Thomas Jefferson en Peyton Randolph, die voor hun uiterlijke verzorging pruikenmakers bezochten. Daarnaast reflecteert de tekst op de maatschappelijke implicaties van pruikenmode en laat hij zien hoe pruiken als statussymbool fungeerden binnen de complexe sociale structuur van het koloniale Williamsburg.