‘Le Démon de l’Absurde’ van Rachilde is een roman die werd geschreven aan het eind van de 19e eeuw. Het werk gaat dieper in op thema’s rond absurditeit en de menselijke conditie, zoals deze worden weergegeven door de ervaringen en gedachten van de personages – vooral Rachilde zelf, die worstelt met de complexiteiten van leven, dood en waarneming. De introspectieve vertelling roept een gevoel van existentiële angst op en uitdaagt daarmee maatschappelijke normen en conventies. Het begin van de roman heeft een contemplatieve toon; filosofische reflecties worden gecombineerd met levendige beelden. Het boek begint met een voorwoord van Marcel Schwob, waarin hij het concept van absurditeit bespreekt en het centrale idee introduceert dat menselijk bestaan volledig is gevuld met onbeduidendheid – een situatie die wordt beheerd door een ‘demon van de absurditeit’. Rachildes poëtische overpeeringen weerspiegelen haar fascinatie en angst voor dood, verandering en het ongrijpbare; klassieke referenties worden gebruikt om de somberheid van de werkelijkheid te illustreren. Vervolgens gaat de tekst over in een lang poëtisch gedicht, ‘Les Fumées’, dat de turbulente relatie tussen natuur, industrie en de etherische sfeer van het leven beschrijft door middel van een dynamische combinatie van licht en donker. Dit legt de basis voor de psychologische verkenningen die volgen in de roman.