‘Spitzbögen’ van Annette Kolb is een roman die werd geschreven in de vroege 20ste eeuw. De verhaalhandeling speelt zich af in Italië, voornamelijk in Florence, en gaat over de complexe verhoudingen tussen personages en hun gevoelens. De protagonist ervaart schoonheid, wanhoop en existentiële vragen in een betoverend maar ook onheilspellend Italiaans landschap. In het begin van het verhaal reflecteert de protagonist over de gemengde gevoelens die Florence oproept: zowel zijn fascinerende schoonheid als de beklemmende eenzaamheid die er heerst. Het verhaal begint met een speels en humoristisch onderzoek naar de uitdagingen van het leven en de ontmoetingen van de protagonist in deze Italiaanse stad, vooral met een bijzondere persoonlijkheid: een ‘heks’. Deze heks is een excentrieke figuur met wie de protagonist een overeenkomst heeft gesloten: zij helpt de protagonist bij het schrijven van een boek over muziek en in ruil daarvoor krijgt ze onderdak. De openingsscène wekt een gevoel van jeugdig enthousiasme op, gecombineerd met een groter bewustzijn van de complexiteit van het leven en de schaduwen die zich kunnen verbergen in charmante omgevingen. Dit zet de toon voor een boeiend verhaal over persoonlijke ontwikkeling en de ingewikkelde relatie tussen mensen.