‘Excentrische Novellen’ van Herman Bang is een verzameling korte verhalen die waarschijnlijk zijn geschreven aan het eind van de 19e eeuw. De verhalen behandelen thema’s als verlangen, identiteit en de complexiteiten van menselijke relaties, en leggen vaak de nadruk op het leven van individuen die aan de rand van maatschappelijke normen leven. In het openingsverhaal wordt Franz Pander voorgesteld: een gevoelig en delicaat jong jongetje dat zich beweegt in een wereld die hem tegelijkertijd fascineert en afstoot, waardoor de thema’s schoonheid en verlangen centraal staan in het boek. Franz is opgegroeid door zijn moeder, mevrouw Pander, nadat zijn vader, een timmerman, waarschijnlijk van alcohol is gestorven. Hij wordt gekenmerkt door zijn opvallende uiterlijke kenmerken en verfijnde smaak, waardoor hij zich onderscheidt van de andere jongens in zijn buurt; hierdoor krijgt hij de bijnaam ‘de Maagd’. Terwijl andere jongens zich bezighouden met typische kinderspelletjes, wordt Franz gefascineerd door de wereld van luxe en schoonheid om hem heen – vooral door het opzichtelijke leven van de dames die hij vanaf een afstand observeert. Als hij begint te werken in een restaurant, wordt zijn verlangen naar een glansrijke levensstijl alleen maar sterker, vooral nadat hij verliefd raakt in een Engelse jonge vrouw genaamd juffrouw Ellinor. De spanning tussen zijn verlangens en de harde werkelijkheid van zijn bestaan vormt de basis voor een ontroerende exploratie van het zelf en de samenleving.