‘De duel en andere verhalen’ van Anton Pavlovich Tsjechov is een verzameling korte verhalen die werden geschreven aan het eind van de 19e eeuw. In deze werken wordt dieper ingegaan op de complexiteit van menselijke relaties, moraal en maatschappelijke verwachtingen, meestal in het kader van het Russische leven. De verhalen gaan vooral uit op de innerlijke conflicten van de personages, die worstelen met liefde, verlangen en persoonlijke dilemma’s. In het openingsverhaal ‘De duel’ wordt Ivan Andreïtich Laevsky voorgesteld: een ambtenaar die teleurgesteld is in zijn leven en in de relatie met Nadezjda Fjodorovna. Tijdens een gesprek met zijn vriend, arts Samoilenko, vertelt Laevsky over zijn verslechterende gevoelens voor Nadezjda en over zijn diepe frustratie over hun relatie. Het gesprek draait om thema’s als liefde, plichten en de drang om te ontsnappen aan je omstandigheden. Dit legt de basis voor Laevskys innerlijke strijd wanneer hij nadert denkt over zijn volgende stappen en zijn toekomst in het Kaukasus. Terwijl Laevsky met zijn gevoelens van onvoldoendeheid en morele conflicten wordt geconfronteerd, wordt de lezer meegesleept in een gedetailleerde exploratie van de menselijke conditie – kenmerkend voor Tsjechovs treffende verhaaltechniek.