‘Genghis Khan’ van Jacob Abbott is een historische beschrijving die werd geschreven aan het eind van de 19e eeuw. Het boek biedt een gedetailleerde beschouwing van het leven en de daden van Genghis Khan, die wordt gezien als een van de meest bekende veroveraars uit de geschiedenis. Daarnaast worden de culturele en sociale structuren van het Mongoolse rijk verkend. Door de ogen van Genghis Khan worden thema’s als macht, leiderschap en de dynamiek van vroege nomadische beschavingen belicht. Het boek begint met een beschrijving van het pastorale leven in Azië, waarbij de vier principale manieren van voedselvoorziening worden behandeld die de vroege menselijke samenlevingen hebben gevormd: jagen, herden, verzamelen en landbouw. Dit zet de context voor het begrijpen van de nomadische stammen in Centraal-Azië en legt uit hoe ze afhankelijk waren van het fokken van vee en hoe hieruit patriarchale samenlevingen ontstonden. Abbott introduceert Genghis Khan als een centrale figuur onder deze stammen; hij steeg van arme herder op tot een machtige heer die de loop der geschiedenis zou veranderen. De eerste hoofdstukken leggen de basis voor de complexe relatie tussen cultuur, omgeving en oorlogvoering die het Mongoolse rijk onder Genghis Khans heerschappij kenmerkten.