‘In der Mondnacht: Märchen’ van Hans Wachenhusen is een verzameling sprookjes die werd geschreven in de midden van de 19e eeuw. Het boek bevat diverse betoverende verhalen, elk met zijn eigen moraal of humoristische elementen – thema’s en personages die het traditionele sprookjeformat herinneren aan. Centraal in deze verhalen staan fantasievolle concepten en karakters; bijvoorbeeld de humoristische Puck, die dromen en verhalen tot leven wekt en lezers meeneemt naar een wereld vol fantasie en moralelessen. In het openingsverhaal wordt de verteller voorgesteld: hij bevindt zich op een afgelegen herberg in Thüringen en kan niet slapen. Het betoverende maanlicht trekt zijn aandacht; wanneer hij zijn raam opendoet, ziet hij een door het maanlicht verlichte weg in zijn kamer. Puck verschijnt onverwacht en deelt fantastische verhalen met de verteller. Wanneer Puck zijn connecties met beroemde verhaalvertellers onthult en zich voorbereidt om te gaan vertellen, worden lezers uitgenodigd om zich te verdiepen in een wereld van magie en creativiteit – waarna de avonturen en moralelessen die zich in deze verzameling afspelen kunnen beginnen.