‘Platonisme in de Engelse poezie van de 16e en 17e eeuw’ van John Smith Harrison is een wetenschappelijk onderzoek dat de invloed van de platoonische filosofie op de Engelse poezie verkent. Het werd aan het begin van de 20ste eeuw geschreven. In dit werk wordt beschreven hoe het platonisme het spirituele en ethische gedachtengoed van dichters uit die tijd heeft beïnvloed, met name dichters als Edmund Spenser. Het boek gaat dieper in op thema’s als liefde, schoonheid, heiligheid en de morele idealen die uit platoonisch denken voortvloeien, en legt uit hoe deze concepten zijn geïntegreerd in de poëtische werkelijkheid van die tijd. In het begin van het boek wordt duidelijk wat voor kritische benadering Harrison hanteert: hij onderzoekt het platonisme niet vanuit het perspectief van individuele dichters, maar als een collectieve invloed op de poezie als geheel. Hij introduceert concepten als de dualiteit tussen aardse en hemelse schoonheid en bespreekt hoe deze begrippen zich uit in Spencers werk, vooral door allegorische personages die deugden als heiligheid en matigheid symboliseren. Als voorbeeld noemt hij de figuur Una uit ‘The Faerie Queene’, die volgens Harrison een verweersel is van platonische wijsheid en waarheid. Verder wordt in het boek gezien hoe dichters van die tijd hun beschrijvingen van liefde en schoonheid afstemden op platoonische idealen, waardoor de discussie wordt geplaatst in een bredere culturele en historische context. Dit wetenschappelijke onderzoek helpt ons te begrijpen hoe filosofie de poëtische uitdrukking heeft beïnvloed gedurende een cruciaal tijdperk in de Engelse literatuur.
"This essay was presented as a dissertation for the doctorate in Columbia University"--Preface.