‘The Short-story’ van W. Patterson Atkinson is een verzameling kritische essays en representatieve verhalen, die waarschijnlijk zijn geschreven in de vroege 20ste eeuw. Het werk dient zowel als analytisch handboek over de kunst en ontwikkeling van het kortverhaal als literaire vorm, als ook als een selectie van bijzondere verhalen van verschillende Amerikaanse schrijvers. Er zijn onder andere verhalen van Washington Irving, Edgar Allan Poe, Nathaniel Hawthorne en anderen te vinden; elk verhaal illustreert de rijkdom en diversiteit van het genre kortverhaal en biedt tegelijkertijd inzicht in de technieken en structuren die het kenmerkend maken. In het begin van het boek bespreekt Atkinson de historische ontwikkeling van het vertellen van verhalen en de belangrijke rol ervan in verschillende culturen en tijdperken, waardoor het kortverhaal een aparte literaire vorm is geworden. Hij reflecteert ook op de bijdragen van grote Amerikaanse schrijvers en benadrukt hoe zij het genre hebben gevormd door hun unieke verhalen, thematische onderzoeken en steeds geavanceerde technieken. Deze inleidende sectie legt de basis voor een dieper begrip van de geselecteerde verhalen en combineert literaire analyse met het ontwikkelingsverloop van personages en plotten op een manier die zowel wetenschappers als lezers uit alle lagen van de bevolking aanspreekt.