‘De martelaren van de wetenschap, of het leven van Galileo, Tycho Brahe en Kepler’ van Sir David Brewster is een historisch verslag dat werd geschreven in de vroege 19e eeuw. Het boek beschrijft het leven en de bijdragen van drie belangrijke figuren uit de geschiedenis van de wetenschap: Galileo, Tycho Brahe en Johannes Kepler. Het geeft een gedetailleerde beschouwing van hun moeilijkheden, successen en de wetenschappelijke vooruitgang die werd geboekt tijdens de renaissance, terwijl ook wordt gekeken naar de relatie tussen wetenschap en de heersende maatschappelijke en religieuze overtuigingen van hun tijd. Het eerste deel van het boek richtt zich uitgebreid op het leven van Galileo; hier worden zijn eerste leeraanpakken en zijn groeiende interesse in wiskunde en wetenschap beschreven. Ook worden zijn confrontaties met de aristotelische filosofie, zijn pionierswerk met de telescoop en de sociopolitieke omstandigheden rond zijn wetenschappelijke onderzoeken belicht. Brewster portretteert Galileo als een man van enorm talent die zich door de complexiteiten van academische tegenwerking en kerkelijk toezicht heen wist te vechten terwijl hij het Copernicaanse systeem verdedigde. De biografische beschrijving legt niet alleen de basis voor Galileos monumentale ontdekkingen, maar wijst ook al op de conflicten die zouden ontstaan toen hij oude overtuigingen uitdaagde – waarmee hij de weg baande voor een bredere verhaal over het ‘wetenschappelijke martelaarschap’.