‘Seven Mohave Myths’ van A. L. Kroeber is een antropologisch werk dat werd geschreven in de middenjaren van de 20ste eeuw. Het boek richt zich op de mythische verhalen van de Mohave-indianen en biedt inzichten in hun culturele overtuigingen, mondelijke tradities en verteltechnieken. De verzameling vormt een bron van deze verhalen, die rijk zijn aan muzikale elementen en een glimp geven in de historische en kosmologische visie van de gemeenschap op hun wereld. In het begin van ‘Seven Mohave Myths’ legt Kroeber uit hoe belangrijk deze verhalen zijn voor de Mohave-samenleving. Hij verklaart dat ze niet alleen vertellingen zijn, maar ook een ritueel en educatief doel dienen; veel verhalen zijn namelijk diep verweven in de dromen en de dagelijkse ervaringen van de vertellers. Het eerste verhaal dat wordt beschreven is ‘Cane’; dit epische verhaal gaat over twee broers, Pukehane en Tshitshuvare, en hun avonturen. Hierin worden persoonlijke uitdagingen en familiebanden behandeld, geïnfluëerd door de culturele overtuigingen van de Mohave-indianen. Het boek benadrukt ook de complexiteit van de mondelijke traditie en hoe de stylistische elementen van deze verhalen bijdragen aan hun rol als culturele artefacten.