‘Self-Control, Its Kingship and Majesty’ van William George Jordan is een filosofisch tractaat dat werd geschreven aan het eind van de 19e eeuw. In dit werk wordt het concept van zelfbeheersing beschouwd als een essentieel deugd; de auteur benadrukt hoe belangrijk deze eigenschap is voor zowel persoonlijke ontwikkeling als het kunnen sturen van je eigen leven. Hij gaat dieper in op de potentie van de mens en stelt dat ware grootheid niet alleen wordt bepaald door innige karaktereigenschappen, maar vooral door het ontwikkelen van zelfbeheersing en discipline. In het begin van het boek wordt de dubbele aard van de mens besproken: enerzij is de mens een product van goddelijke schepping, anderzij heeft hij de mogelijkheid om zichzelf te vormen. Jordan spreekt zich uit tegen het fatalisme en benadrukt dat individuen zelf verantwoordelijk zijn voor het vormen van hun lot door middel van zelfbeheersing. Hij gebruikt metaforen als koningschap en dienst om duidelijk te maken hoe het overgeven aan je zwakke punten je tot een slavin van omstandigheden maakt, terwijl het beheersen van jezelf je in staat stelt je eigen lot te sturen. De opening van dit boek legt de toon voor de volgende chapters, waarin verder wordt verkend hoe zelfdiscipline invloed heeft op persoonlijke successie en geluk.