‘Nature’s Teachings: Human Inventions Anticipated by Nature’ van J.G. Wood is een wetenschappelijk werk dat werd geschreven aan het eind van de 19e eeuw. Het boek onderzoekt de diepe verbindingen tussen natuurlijke fenomenen en menselijke uitvindingen, en stelt dat veel technologische vooruitgangsontwikkelingen hun oorsprong vinden in de ontwerpen van de natuur. Volgens Wood kunnen mensen door het observeren en bestuderen van deze natuurlijke ‘prototypen’ effectievere tools, structuren en systemen creëren. In de inleiding wordt de centrale stelling van het boek duidelijk gemaakt: bijna elke menselijke uitvinding heeft een tegenovergestelde vorm in de natuur. Wood vergelijkt eerst poezie en wetenschap, en gebruikt hierbij het voorbeeld van de ‘papieren nautilus’ om te laten zien hoe poezie historisch gezien natuurlijke fenomenen heeft verromantiseerd. Vervolgens richt hij zijn aandacht op het voorbeeld van de Velella, een zeeorganisme dat werkt als een zeilboot, en wijst uit hoe de natuur niet alleen inspiratie maar ook fysieke voorbeelden biedt voor menselijke technologieën. Hij verbindt ook andere biologische vormen – zoals de waterslak en de muggen – met hun door mensen uitgevonden tegenheden, waarmee hij een framework legt voor de volgende hoofdstukken waarin verschillende uitvindingen worden besproken die zijn geïnspireerd door natuurlijke fenomenen.