“Theorie en praktijk van pianobouw” van William Braid White is een wetenschappelijke publicatie die aan het begin van de 20e eeuw werd geschreven. Het werk biedt een diepgaande verkenning van de principes en methodologieën die betrokken zijn bij het bouwen van piano’s, met bijzondere aandacht voor de akoestiek en mechanische ontwerpelementen die bijdragen aan de geluidsproductie. Het richt zich zowel op aspirant-pianobouwers als op mensen die geïnteresseerd zijn in het begrijpen van het verfijnde vakmanschap dat in moderne piano’s schuilgaat. Aan het begin van het werk wordt de noodzaak van een uitgebreide bron over pianobouw uiteengezet, waarbij wordt gewezen op de grote vraag naar dergelijke kennis binnen de muziekindustrie. White introduceert het onderwerp door de ontwikkeling van de pianoforte te bespreken en benadrukt daarbij de noodzaak van een grondig begrip van de akoestiek in het ontwerpproces. Hij schetst het belang van verschillende onderdelen, zoals de snaren en de zangbodem, en stelt dat kennis van deze mechanica cruciaal is voor het verbeteren van de kwaliteit en functionaliteit van piano’s. De tekst vormt de basis voor een praktische, technische benadering, gericht op degenen die hun inzicht in pianoproductie willen verdiepen.