‘Door Massailand naar de bron van de Nijl’ van Oskar Baumann is een uitgebreide reisverslag dat werd geschreven aan het eind van de 19e eeuw. Het verslag beschrijft de reizen en ontdekkingsreizen van de auteur tijdens de Massai-expeditie, die door het Duitse Antislavernijcomité in de jaren 1891-1893 werd georganiseerd. Baumann richt zijn verhaal vooral op de tot dan toe onbekende gebieden tussen de Kilimanjaro en het Victoriameer, en legt uit hoe deze gebieden geografisch zijn gestructureerd en welke culturele ervaringen hij daar deed. In het begin van het verslag beschrijft Baumann zijn aankomst in Tanga, waar hij zich voorbereidt op een grote expeditie door de nog grotendeels onbekende gebieden van de Massai. Hij benadrukt hoe belangrijk zorgvuldig planeren is – bijvoorbeeld het kiezen van een competent team en het verzamelen van de juiste voorraden. Het verhaal geeft ook goed weer Baumanns avontuurlijke aard; hij komt in contact met verschillende personen, van lokale informanten tot medereizigers, en stuitt op uitdagingen zoals het werven van teamleden en het voorbereiden van eten en materiaal voor de lange reis. Het openingsdeel geeft een indruk van de kleurrijke natuur in deze gebieden en wijst al vooraf op de moeilijkheden die te verwachten zijn bij het doorkomen van onbekende landen bewoond door vreemde en vaak gevaarlijke stammen.