‘Deutsche Lyrik seit Liliencron’ van Hans Bethge is een verzameling Duitse gedichten uit de vroege 20ste eeuw. Het werk omvat een breed spektrum aan lyrische ontwikkelingen over een periode van zo’n vier decennia, waarbij de stijl van het naturalistische en impressionistische naar een expressiever en spiritueler poezie verschuift. De verzameling legt de dynamische veranderingen in artistieke, politieke en sociale percepties tijdens deze periode bloot en weerspiegelt daarmee de emotionele wereld van verschillende dichters. In het voorwoord worden het doel en de thematische structuur van de anthologie uitgelegd; er worden ook werken van dichters als Peter Altenberg, Wilhelm Arent en Richard Dehmel gepresenteerd. De eerste delen van de verzameling bestaan uit gedichten die diepe emotionele toestanden, verlangen, liefde en existentiële overpeckingen verkennen. Bijvoorbeeld uitteert Altenbergs ‘Liebesgedicht’ zijn aanbidding door levendige beschrijvingen van zorgzame handelingen, terwijl ‘Das Bangen’ een gevoel van onrust en vrees om een geliefde uitdrukt. Elke gedicht vormt een uitnodiging om binnen te dringen in de persoonlijke wereld en reflecterende gedachten van de auteur, waarna de diverse poëtische stemmen die volgen worden voorgesteld.