‘The Book of Enoch’ van Andreas Gottlieb Hoffmann is een historisch verslag, dat waarschijnlijk aan het begin van de 19e eeuw is geschreven. Deze tekst vormt een volledige vertaling en toelichting op de oude joodse tekst die bekendstaat als het Boek van Henoch, waarin thema’s als goddelijk oordeel, de aard van zondaars en rechtvaardigen en apocalyptische visioenen worden uitgediept. De figuur Henoch, een Bijbelse persoon die door middel van visioenen de hemelse gewesten en het lot dat de mensheid te wachten staat onthult, staat er prominent in centraal. Het begin van ‘Das Buch Henoch’ introduceert de lezer in de belangrijke thema’s en elementen van deze tekst. Het begint ermee dat Henoch op gelukzalige wijze zijn visioenen van de hemelen verkondigt en boodschappen van engelen over naderende oordelen en het uiteindelijke lot van de onrechtvaardigen overbrengt. Henoch vertelt over zijn ervaringen terwijl hij naar hemelse plaatsen wordt gebracht, waar goddelijke geheimen worden onthuld, zoals de aard van de schepping, de werking van de hemellichamen en de complexiteit van de zonde onder mensen, die vooral voortkomt uit de verontrustende interacties tussen engelen en mensen. Naarmate Henoch een belangrijke bemiddelaar tussen het goddelijke en de mensheid wordt, benadrukt hij het contrast tussen de voor de rechtvaardigen bestemde vrede en de ernstige gevolgen die de goddelozen te wachten staan.