„Chaucer's Works, Volume 2 — Boethius and Troilus” van Geoffrey Chaucer is een literaire verzameling uit de veertiende eeuw. Dit deel bevat Chaucers vertaling van „De Consolatione Philosophiae” van Boethius, die thema’s van tegenspoed en de aard van het geluk verkent, en het verhalende gedicht „Troilus and Criseyde”, dat draait om het tragische liefdesverhaal tussen de Trojaanse prins Troilus en de schone Criseyde. De werken weerspiegelen Chaucers betrokkenheid bij filosofische vragen en romantische idealen en bieden de lezer een blik op middeleeuws denken en literatuur. De opening van dit deel zet de toon voor een verkenning van de diepgaande thema’s in de twee centrale werken. Het begint met een inleiding tot Boethius, waarin zijn filosofische geschillen en ongelukkige gevangenschap worden belicht, die de totstandkoming van zijn „Consolation of Philosophy” in gang zetten. In dit gedeelte benadrukt Chaucer Boethius’ lot en de troostende aanwezigheid van de Filosofie als leidende figuur. Het fragment gaat ook in op Chaucers banden met Boethius’ ideeën en suggereert een vermenging van filosofisch onderzoek en poëtische vertelling die de volgende teksten zal bepalen. Over het geheel genomen wijst deze inleiding op de diepgang van existentiële reflectie en emotionele vertelkunst die de komende werken kenmerken.