De «Filosofie van de schone kunst, deel 4 (van 4)» van Georg Wilhelm Friedrich Hegel is een compilatie van collegeaantekeningen van cursussen die tussen 1818 en 1829 werden gegeven. Hegel presenteert kunst als een vorm van de absolute geest en volgt haar ontwikkeling door symbolische, klassieke en romantische stadia. Hij behandelt vijf belangrijke kunsten—architectuur, beeldhouwkunst, schilderkunst, muziek en poëzie—in oplopende volgorde van innerlijkheid. Dit invloedrijke werk onderzoekt de historische ontbinding van de kunst en haar plaats als waarheid die zintuiglijk wordt gemaakt, en heeft de esthetische theorie van generaties filosofen en denkers mede vormgegeven.
Wikipedia-pagina over dit boek: en.wikipedia.org/wiki/Lectures_on_Aesthetics