‘De Historie der Dieren’ van Aristoteles is een wetenschappelijk werk dat werd geschreven aan het eind van de 4e eeuw voor Christus. Het wordt gezien als een van de oudste en meest uitgebreide onderzoeken op het gebied van dierkunde. In dit werk worden verschillende diersoorten geanalyseerd en gegroepeerd op basis van hun anatomie, gedrag en leefomgeving. Aristoteles combineert zijn eigen observaties met kennis die hij had geerfd van eerdere natuurwetenschappers, waardoor dit een fundamenteel werk wordt in de geschiedenis van de biologische wetenschappen. In de inleiding van ‘De Historie der Dieren’ wordt al een gedetailleerde beschrijving van het dierrijk gegeven. Aristoteles begint met het indelen van lichaamsdelen van dieren in eenvoudige en samengestelde onderdelen. Vervolgens worden de overeenkomsten en verschillen tussen verschillende diersoorten besproken, gebaseerd op hun fysieke eigenschappen en levenswijze. Hij stelt een uitgebreid raamwerk op om dieren te begrijpen, waaronder hun leefomstandigheden (aquatisch of terrestriëel) en anatomische structuren. Door vergelijkende anatomie gebruikt hij illustraties om zijn punten duidelijk te maken. Deze inleiding legt de basis voor de categorieën en kriteriën die Aristoteles vervolgens zal toepassen in zijn onderzoek naar de biologische wereld.