‘De ethiek van Aristoteles’ is een fundamenteel filosofisch werk dat door Aristoteles werd geschreven in de 4e eeuw voor Christus. Dit boek vormt een uitgebreide behandeling van de morele filosofie en gaat onder andere in op de aard van een goed karakter, de deugden en uiteindelijk ook het geluk – dat Aristoteles beschouwt als het belangrijkste doel van menselijk handelen. Het tekstuur maakt deel uit van Aristoteles’ bredere overwegingen over het menselijke gedrag en vormt samen met zijn andere werk ‘Politiek’ een geheelzinnig beeld van het morele en maatschappelijke leven. In de inleiding worden de centrale thema’s van de ethiek besproken, zoals ze zich verhouden tot het individuele gedrag in een sociaal kader. Aristoteles stelt dat iedere handeling is gericht op een soort goed en dat geluk het uiteindelijke doel is dat mensen nastreven. Door een grondige analyse van verschillende levenswijzen – waaronder het streven naar genot, eer en contemplatie – kritiseert Aristoteles op gedegen wijze populaire concepten van geluk. Hij benadrukt de belangrijkheid van deugden, die worden bereikt door gewoontevorming en verstandig handelen. Hierdoor wordt de ethiek nauw verbonden met de praktische aspecten van een goed leven en het functioneren binnen de samenleving. Het gedeelte dat hier is opgenomen illustreert Aristoteles’ methodiek van filosofisch onderzoek en legt de basis voor zijn uitgebreide beschouwingen over morele deugden en hun toepassing in het dagelijks leven.
Wikipediacpagina over dit boek: en.wikipedia.org/wiki/Golden_mean_(philosophy))