‘Germania en Agricola’ van Cornelius Tacitus is een historisch werk dat werd geschreven aan het eind van de 1e eeuw na Christus. Het bevat twee belangrijke teksten van Tacitus: ‘Germania’, waarin hij de geografie en gebruiken van de Germaanse stammen beschrijft, en ‘Agricola’, een biografie over zijn schoonvader Gnaeus Julius Agricola, bekend van zijn militaire campagnes in Brittannië. De teksten geven een inkijk in de sociale structuren, tradities en moed van de Germanen en beschrijven ook de bijdragen die Agricola heeft geleverd aan de Romeinse heerschappij in Brittannië. Ze leggen nadruk op thema’s als deugd en de complexiteit van het imperiale bestuur. In de inleiding wordt eerst weinig bekend over het privéleven van Tacitus verteld; dit wordt vervolgens in verband gebracht met de historische context waarin hij schreef. Daarna wordt ‘Germania’ behandeld, waarin de geografie en kenmerkende eigenschappen van de Germaanse bevolking worden beschreven, evenals hun verschillende gebruiken, militaire moed en samenlevingsstructuur. Tacitus legt uit hoe uniek deze sociale normen en culturele gewoonten zijn en vergelijkt ze met de Romeinse maatschappij. Hij schetst levendig de heftige mentaliteit van de Germaanse stammen en wijst op het potentieel gevaar dat ze vormden voor het Romeinse rijk. Het doel van deze beschrijvingen is om een inzicht te geven in een wereld die, hoewel onbeschaafd volgens Romeinse maatstaven, over een bepaalde noblesse en veerkracht beschikt – eigenschappen die respect verdienen.