‘Le voleur’ van Georges Darien is een roman die werd geschreven aan het eind van de 19e eeuw. De verhaalvolgorde volgt een naamloze protagonist die, tijdens zijn reizen en avonturen, toegeeft dat hij een manuscript heeft gestolen dat naar verluidt behoort aan een persoon genaamd Randal. Dit gedrag leidt hem op een pad waarop hij zich bezint over moraal, stelen en de introspectieve relatie tussen de auteur en de maatschappelijke normen en de menselijke aard. In het begin van de roman introduceert de verteller zichzelf met een openbare bekentenis van diefstal: hij vertelt hoe hij in Brussel arriveerde, hoe hij kennismaakte met de eigenares van het hotel en hoe zijn nieuwsgierigheid hem ertoe bracht om de inhoud van een koffer te onderzoeken die door een gast was achtergelaten. De opening van de roman heeft een komische, maar tegelijkertijd thought-provoking toon; de verteller worstelt met de gevolgen van zijn daad, de aard van het manuscript en het dilemma van stelen in een samenleving die zich bedient van morele hypocrisie. Terwijl hij overweegt of hij het manuscript moet houden, wijst de verteller ook op bredere maatschappelijke thema’s als rechtvaardigheid, moraal en de chaotische mengeling van persoonlijke en maatschappelijke verwachtingen die de verhaallijn voortdrijven.