‘The Story of My Life’ van Helen Keller is een autobiografisch verhaal dat werd geschreven aan het eind van de 19e eeuw. In dit diepgravende verslag worden haar ervaringen als doof en blind kind uitgebreid beschreven, evenals de moeilijkheden en overwinningen die ze behaalde toen ze van een wereld van isolatie overstapte naar een wereld gevuld met kennis en communicatie, dankzij de liefdevolle leiding van haar leraar Anne Sullivan. Het boek behandelt thema’s als veerkracht, de transformatieve kracht van onderwijs en de diepe band tussen leerling en leraar. In het begin van de autobiografie reflecteert Keller op haar jeugd, die ondanks haar handicaps werd gekenmerkt door een levendige verbinding met haar omgeving. Ze herinnert zich vrolijke momenten in het gezinshuis in Alabama, haar impulsieve aard en de speelse ontmoetingen met familie en vrienden die haar niet helemaal konden begrijpen. Na een zware ziekte werd ze echter volledig doof en blind, waarna ze terechtkwam in een stille en donkere wereld. De tegenstelling tussen de herinneringen aan licht en vreugd en de verwarring die haar handicaps met zich brachten, wordt duidelijk in het begin van het verhaal. Dit zet de toon voor haar latere ontwikkeling door taal en onderwijs, nadat Anne Sullivan in haar leven kwam. Kellers proza brengt een rijke verscheidenheid aan emoties en zintuiglijke ervaringen naar voren, waardoor lezers worden meegevoerd op haar unieke pad naar begrip en uitdrukking.
Wikipediacpagina over dit boek: en.wikipedia.org/wiki/The_Story_of_My_Life_(biography))