„Human Personality and Its Survival of Bodily Death” van F. W. H. Myers is een wetenschappelijke publicatie, geschreven in de late negentiende eeuw. De tekst gaat in op de diepgaande vragen rond het menselijk bestaan, met name of de menselijke persoonlijkheid kan voortbestaan voorbij de lichamelijke dood. Myers beoogt verschijnselen die met dit onderwerp samenhangen te verkennen en stelselmatig te analyseren, en pleit voor een wetenschappelijke benadering van de studie van de menselijke ziel en het bewustzijn. Aan het begin van het werk introduceert Myers de paradox dat de mensheid het moderne wetenschappelijke onderzoek niet heeft toegepast op de cruciale vraag naar het voortbestaan van de ziel na de dood, een onderwerp dat van vitaal belang is voor het begrijpen van het menselijk bestaan. Hij benadrukt in het bijzonder de noodzaak van een rigoureus onderzoek naar de aard van de persoonlijkheid, en suggereert dat traditionele overtuigingen en bijgeloof deze vraagstelling buiten het wetenschappelijke domein hebben gehouden. Door zijn verkenning bereidt Myers de weg voor een uitvoerige bespreking van hoe verschillende aspecten van de menselijke ervaring—zoals dromen, hypnose en psychische verschijnselen—kunnen wijzen op een dieper begrip van het bewustzijn dat de fysieke werkelijkheid overstijgt.