‘La peste di Milano del 1630’ van Giuseppe Ripamonti is een historisch verslag dat werd geschreven in de vroege 19e eeuw. Het boek beschrijft uitvoerig de verwoestende pestepidemie die Milaan in de vroege 17e eeuw trof, en richt zich vooral op de sociale en politieke gevolgen ervan, evenals de reacties van de lokale autoriteiten en prominente figuren uit die tijd, zoals kardinaal Federico Borromeo. In het begin van zijn verhaal legt Ripamonti uit hoe Milaan er voor de uitbraak van de pest aan toe was, vooral onder de Spaanse heerschappij. Hij beschrijft de stad als welvarend en cultureel rijk, maar op de rand van een catastrofe door militaire onrusten en de daaropvolgende honger. De sfeer die hij schetst is somber: de maatschappelijke structuren zijn onder druk van de crisis aan het instorten, en men kan nauwelijks zien hoe de mensen zich verzetten tegen deze dreiging. Het doel van de auteur is om de herinnering aan deze gebeurtenissen te bewaren voor toekomstige generaties, en te benadrukken wat er uit deze historische tragedie voor moraal en samenleving te leren valt.