‘De sprookjes van Hans Christian Andersen’ is een verzameling betoverende verhalen die werden geschreven in de vroege en midden-19e eeuw. Het werk getuigt van Andersens fantasie en morele reflecties, die zich uitdrukken in zijn caprioleuze en vaak ontroerende verhalen met herinnerbare personages en complexe plotten. Lezers komen zeker bekende verhalen tegen zoals ‘De nieuwe kleding van de keizer’, ‘Het kleine vuurstokje’ en ‘De sneeukoningin’, die thema’s als ijdelheid, onschuld en de bitterzoete aard van het leven behandelen. In het begin van de verzameling wordt het verhaal ‘De nieuwe kleding van de keizer’ verteld: een keizer die verslaafd is aan mode wordt bedrogen door twee zwendelaars die beloven hem kleding te maken die onzichtbaar zijn voor onbekwame of domme mensen. Hoewel er in werkelijkheid geen stof wordt geweven, doet de keizer alsof hij zijn ‘nieuwe kleding’ bewondert, uit angst om als onwaardig te worden gezien. Dit intrigerende verhaal legt de basis voor Andersens onderzoek naar menselijke dwaasheid en maatschappelijke druk. Tijdens zijn optocht door de stad wordt de keizer uiteindelijk ontmaskerd door de onschuldige woorden van een kind, waardoor de thema’s waarheid en perceptie nog duidelijker worden.
Wikipediacpagina over dit boek: en.wikipedia.org/wiki/Fairy_Tales_Told_for_Children._First_Collection.