‘Ποίος ήτον ο φονεύς του αδελφού μου’ van G. M. Vizyenos is een novelle die aan het einde van de 19e eeuw werd geschreven. Het werk lijkt zich via een dramatisch verhaal, dat zinspeelt op diepere psychologische onderstromen, te verdiepen in persoonlijke en familiale thema’s. Het verhaal draait vermoedelijk om een moeder en haar twee zonen, waarbij hun onderlinge verhoudingen worden verkend, evenals mogelijk de schaduwen die de vroegere daden of het lot van een broer werpen. Aan het begin van de novelle wordt het gezin aan tafel bijeen voorgesteld; de moeder spreekt de wens uit om na lang wachten eindelijk te kunnen eten. Tussen haar en een van haar zonen ontspint zich een dialoog, gekleurd door speelse woordwisselingen, maar tegelijk hintend op aangrijpende onderliggende emoties. Terwijl de moeder terugblikt op de verstreken jaren en op haar langverwachte hereniging met haar zoon, roept de tekst een gevoel van nostalgie en moederlijk verlangen op, waarmee de familiale setting wordt geplaatst tegen een achtergrond van verlies en hunkering. Dit delicate samenspel vormt het uitgangspunt voor een verhaal dat elementen van het huiselijke leven lijkt te verbinden met het gewicht van onopgeloste familiale kwesties.
Wikipedia-pagina over dit boek: el.wikipedia.org/wiki/%CE%A0%CE%BF%CE%AF%CE%BF%CF%82_%CE%AE%CF%84%CE%BF%CE%BD_%CE%BF_%CF%86%CE%BF%CE%BD%CE%B5%CF%8D%CF%82_%CF%84%CE%BF%CF%85_%CE%B1%CE%B4%CE%B5%CE%BB%CF%86%CE%BF%CF%8D_%CE%BC%CE%BF%CF%85