„Over de dichtkunst bij Aristoteles” van Aristoteles is een verhandeling die rond 335 v.Chr. werd geschreven en poëzie en haar vormen onderzoekt. Aristoteles definieert poëzie aan de hand van het concept mimesis — de artistieke nabootsing van menselijk handelen — en analyseert tragedie, epiek en andere dramatische kunsten. Het werk benadrukt hoe tragedie door haar structuur, en niet door spektakel, emotionele catharsis bereikt. Hij onderscheidt zes essentiële elementen van de tragedie, waarbij de plot het belangrijkst is. De tekst is slechts onvolledig overgeleverd; een tweede boek over komedie is in de loop van de geschiedenis verloren gegaan.
Wikipedia-pagina over dit boek: en.wikipedia.org/wiki/Poetics_(Aristotle)) Wikipedia-pagina over dit boek: de.wikipedia.org/wiki/Poetik_(Aristoteles))