‘Honderd fabels van La Fontaine’ van Jean de La Fontaine is een verzameling fabels die werden geschreven aan het eind van de 17e eeuw. In deze werken worden verlekkerende moraalverhalen verteld over antropomorfe dieren; ieder verhaal illustreert een tijdloos lesje over de menselijke aard en gedrag. De fabels draaien vaak om bekende karakters zoals de listige vos, de hardwerkende mier en de domme sprinkhaan, waardoor ze lezers een kernachtig wijsheidspresentatie aanbieden, verpakt in humor en geestigheden. De opening van de verzameling bevat enkele fabels die het verhaalstijl van La Fontaine al duidelijk maken. Het eerste verhaal is ‘De sprinkhaan en de mier’: de onverantwoordelijke sprinkhaan moet de gevolgen van haar zomerse luiheid ondergaan wanneer de winter komt, in contrast met de harde werken van de mier. Andere fabels zoals ‘De dieven en de ezel’, ‘De wolf die de vos beschuldigt’ en ‘De leeuw en de ezel op jacht’ behandelen thema’s als hebberigheid, bedrog en domheid. Ieder verhaal bevat een moraalles, waardoor ze niet alleen vermakelijk zijn, maar ook nadenkend maken. Hierdoor is La Fontaines verzameling een rijke traditie in het vertellen van fabels geworden die al eeuwen lang wordt geapprecieerd.