‘De Rariorum Animalium atque Stirpium Historia’ van John Caius is een wetenschappelijk werk dat werd geschreven aan het eind van de 16e eeuw. Dit boek vormt een vroege tekst over de natuurlijke historie en richt zich op de beschrijving en classificatie van zeldzame dieren en planten die in Groot-Brittannië voorkomen. Het combineert gedetailde anatomische beschrijvingen met observaties over het gedrag en de leefomgeving van verschillende soorten, waardoor het een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van de zoologie en botaniek tijdens de renaissance. In het inleidende deel wordt de wetenschappelijke context waarin Caius werkte beschreven; hij erkent hierbij ook de bijdragen van eerdere natuurwetenschappers zoals Aristoteles. Caius heeft de wens om de unieke fauna en flora van Groot-Brittannië te vertonen en verzamelt hiervoor informatie die hijzelf en anderen hebben opgemerkt. Hij begint zijn beschrijvingen met gedetailleerde verslagen over verschillende vierpotige dieren, waarbij hij hun fysieke kenmerken en gedrag nauwgezet beschrijft – zoals de Getulische hond en andere exotische soorten. Dit deel legt de basis voor een uitgebreide studie van het planten- en dierenleven, waarbij de zeldzaamheid en betekenis van deze organismen in de context van de natuurlijke historie en menselijk kennis worden benadrukt.