‘De epidemieën in de middeleeuwen’ van J. F. C. Hecker is een historisch verslag dat werd geschreven in de midden van de 19e eeuw. Het boek behandelt drie belangrijke epidemieën: vooral de Zwarte Dood, maar ook de Dansmanie en Zweetziekte – die Europa in de middeleeuwen getroffen hebben. Hecker probeert de gevolgen voor de publieke gezondheid en de maatschappelijke reacties op deze catastrofes te verlichten, en reflecteert over de relatie tussen medische kennis en menselijk gedrag in die tijd. Het begin van het boek legt de basis voor een uitgebreide beschrijving van de Zwarte Dood, één van de dodelijkste pandemieën in de geschiedenis. Hecker begint met een beschouwing van de historische context van deze epidemie en benadrukt hoe onwetendheid en bijgeloof de publieke perceptie van ziekten beïnvloedden in de middeleeuwen. De inleidende paragrafen beschrijven de angstaanjagende symptomen van de pest, de wijdverspreide angst die deze veroorzaakte en de onvoldoende maatregelen die de medische autoriteiten namen. Hecker pleit voor een grondige historische studie van epidemieën, om beter te begrijpen hoe samenlevingen in de toekomst kunnen omgaan met soortgelijke crises. Hierdoor worden de lessen uit het verleden verbonden met moderne medische wetenschap en publieke gezondheidsbeleid.