‘The Essays of Arthur Schopenhauer: the Wisdom of Life’ van Arthur Schopenhauer is een filosofische bundel die aan het begin van de 19e eeuw werd geschreven. Het werk onderzoekt de essentie van geluk en hoe mensen een vervullend leven kunnen opbouwen door drie belangrijke aspecten te begrijpen: persoonlijkheid, bezit en maatschappelijke positie. Schopenhauers benadering legt meer nadruk op de innerlijke beschouwing van iemands karakter dan op de materiële of maatschappelijke waardering die iemand kan verwerven. Aan het begin van het boek introduceert Schopenhauer het begrip ‘eudemonologie’, de studie van geluk en de middelen om een aangenaam bestaan te bereiken. Hij zet zijn fundamentele stelling uiteen dat iemands geluk voornamelijk wordt bepaald door wat hij innerlijk is—waarmee hij doelt op zijn karakter, gezondheid en intellect—en niet door uiterlijke factoren zoals rijkdom of reputatie. In dit openingsgedeelte bekritiseert hij de neiging van mensen om voor hun geluk te steunen op het oordeel van de samenleving en externe bevestiging, en benadrukt hij dat ware tevredenheid voortkomt uit een gezond en goed ontwikkeld innerlijk leven.