‘Tsukubō’ van Jun’ichiro Tanizaki is een roman die werd geschreven in de vroege 20ste eeuw. De verhaallijn draait waarschijnlijk om de jonge tatoogier Seikichi, wiens beroep de overlappingen tussen schoonheid, pijn en verlangen in een samenleving waarin fysieke uitstraling en kunst worden gewaardeerd, naar voren brengt. Het boek biedt een gedetailleerde beschrijving van menselijke emoties en relaties. In het begin van ‘Tsukubō’ wordt een wereld geïntroduceerd waarin tatoogeren een vorm van kunst is en tegelijkertijd een manier van zelfuitdrukking met culturele betekenis. Seikichis talent als tatoogier komt goed naar voren; hij wordt afgebeeld als iemand die diep gepassioneerd is door zijn vak en uit de pijn die hij veroorzaakt tijdens het tatoogeren een soort genot putt. De complexe relatie tussen pijn en schoonheid vormt de basis voor zijn latere ontmoeting met een mysterieuze jonge vrouw, wiens voeten hem diep bewegen en waarvan hij een grote behoefting aan verbinding en inspiratie voelt. Naarmate het verhaal voortgaat, komen thema’s als verlangen, identiteit en de transformatieve kracht van kunst naar voren, waardoor ‘Tsukubō’ een rijke en uitgebreide vertelling wordt.