‘De mysterieuze vreemdeling’ van Mark Twain is een verzameling korte verhalen die werden geschreven aan het eind van de 19e eeuw. De verhalen gaan diep in op vraagstellingen over het bestaan, moraal en de aard van de mensheid. Vaak spelen er mysterieuze figuren een rol die het leven van de personages beïnvloeden en ze uitdagen om hun overtuigingen en verlangens te overwegen. Het verhaal begint in een afgelegen middeleeuws Oostenrijks dorp dat een gevoel van tijdloosheid uitstraalt en waar de ontwikkelingen van de wereld nauwelijks zijn doorgedrongen. De verteller beschrijft hoe hij als kind in deze rustige, maar repressieve omgeving leefde – een omgeving die werd geregeerd door religieuze autoriteiten en bijgeloof. Centraal in dit verhaal staan pater Peter, een priester die zijn geloofswaardigheid is kwijtgeraakt, en zijn nichtje Marget; beiden lopen gevaar vanwege de strenge morele regels van het dorp. Tevens worden drie jongens voorgesteld, waaronder Theodor Fischer, die hun verhaal vanuit een jeugdig, nieuwsgierig en vriendschappelijk perspectief vertellen. Al snel komen hierbij ook supranaturale en filosofische elementen naar voren, die worden geïntroduceerd door de mysterieuze figuur ‘Satan’. Het verhaal ontvouwt zich wanneer deze jongens de enge vreemdeling tegenkomen; dit zet de toon voor de conflicten tussen onschuld en de harde waarheden over de menselijke aard en samenleving die ze tijdens hun avonturen gaan ontdekken.