‘Nationalismus’ van Rabindranath Tagore is een inzichtelijke filosofische verhandeling die werd geschreven in de vroege 20ste eeuw. Het werk onderzoekt het concept nationalisme, met name in het kader van India en zijn historische en sociale structuur, terwijl de mechanistische aard van moderne nationale staten wordt bekritiseerd. Tagore gaat dieper in op thema’s als identiteit, de verbinding tussen verschillende raciale groepen en de morele gevolgen van nationalistisch fanatisme. Hij vergelijkt westerse idealen met Indiase tradities. In het openingsgedeelte legt Tagore zijn filosofische overwegingen over de historische uitdagingen en de karakteristieken van verschillende volkeren uit. Hij benadrukt de unieke uitdagingen die India moet faceer met rasverscheidenheid en sociale integratie, en beschouwt deze uitdagingen als kansen voor moreel en spiritueel groei, in plaats van simpelweg obstakels. Tagore bekritiseert ook de mechanistische aanpak van modern nationalisme, waarbij macht en materiële winst worden gesteld boven echte menselijke verbindingen. Hij waarschuwt dat het onbedwingbare streven naar nationalisme vaak leidt tot moreel verval en roept op om terug te keeren naar diepere menselijke waarden die de individuele waardigheid en de gemeenschapszin eeren, in plaats van abstracte nationalistische ideologieën.