«The Modes of Ancient Greek Music» van D. B. Monro is een wetenschappelijke studie van de muziektheorie van het oude Griekenland, geschreven aan het einde van de 19e eeuw. De tekst onderzoekt de verschillende muzikale modi — zoals de Dorische, Frygische en Lydische — en hun culturele betekenis zoals die werd begrepen door antieke filosofen als Plato en Aristoteles. Monro gaat diep in op de wijze waarop men dacht dat deze modi emoties en karakter beïnvloedden, waarmee hij de diepgaande relatie tussen muziek, ethiek en onderwijs in het oude Griekenland weerspiegelt. Het begin van dit werk bereidt de lezer voor op een diepgaande studie van historische visies op muziek, in het bijzonder de morele en maatschappelijke implicaties die aan verschillende muziekvormen verbonden zijn. Monro verwijst naar zijn eerdere bijdragen aan historische teksten en erkent nieuwe ontdekkingen die van invloed kunnen zijn op het huidige begrip van de Griekse muziek. Hij benadrukt de complexiteit van het interpreteren van deze antieke modi en merkt op dat er onder wetenschappers een breed debat bestaat over de vraag of ze werden bepaald door hun toonhoogte, intervalstructuur of beide. Deze inleidende paragraaf effent de weg voor een systematische bespreking van de modi en hun theoretische grondslagen en belooft een allesomvattende verkenning, gebaseerd op historische teksten en filosofisch discours.