‘Over literaire compositie’ van Dionysius van Halicarnassus is een trattatu over retoriek en de kunst van het spreken, die waarschijnlijk werd geschreven tegen het eind van de 1e eeuw voor Christus. Het werk dienst als gids, vooral voor jonge oratoren en schrijvers, en legt uit wat essentieel is bij de ordening van woorden en de uitdrukingskracht in zowel proza als poezie. Het benadrukt hoe belangrijk compositie is om schoonheid en effectiviteit in de taal te bereiken, en verkent verschillende technieken aan de hand van voorbeelden uit de klassieke literatuur. In het begin van de trattatu wordt al het fundamentele thema aangekaart: de betekenis van compositie voor effectieve communicatie. Dionysius introduceert zijn werk als verjaardagsgeschenk voor zijn leerling Rufus en legt uit hoe de inhoud van een speech verschilt van de artistieke manier waarop deze wordt geuit. Hij beschrijft de structuur van zijn betoog, waarin hij de aard van compositie, haar verschillende vormen en de invloed daarvan op de totale uitwerking van literaire werken behandelt. Daarnaast wijst de auteur op de complexiteit van de keuze en ordening van woorden, waarmee hij de weg vrijmaakt voor een diepgravend onderzoek naar de elementen die tot een boeiende literaire uitdrukingswijze leiden.