‘De geschiedenis van Beowulf, vertaald uit het Angelsaksische naar modern Engels proza’ van Ernest J. B. Kirtlan is een episch gedicht dat in prozavorm is vertaald. Het werd waarschijnlijk rond de vroege middeleeuwen, tijdens de Anglo-Saxische cultuur, geschreven. Het verhaal beschrijft de legendarische daden van Beowulf, een held uit het Geatsische klan die naar Denemark reist om koning Hrothgar te helpen bij de strijd tegen het monster Grendel. Het gedicht behandelt thema’s als heldendom, loyaliteit en de strijd tussen goed en kwaad. In het begin van het verhaal wordt de legendarische geschiedenis van de Denen beschreven, met aandacht voor de glorie van hun koningen, vooral Scyld, die van arme afkomst een machtige heerscher werd. Na Scylds dood wordt de dynastie der Deense koningen verder verteld; het hoogtepunt hiervan is koning Hrothgar, die een prachtig feestgebouw genaamd Heorot bouwt. Hun vreugde wordt echter getemperd door de terreur van Grendel, een monster dat de strijders van Hrothgar opjaagt. De strijd tussen mens en monster legt de basis voor Beowulfs komende avontuur: hij hoort van Grendels terreur en besluit met een groep strijders het zeeoppervlak over te steken om het monster te bestrijden en vrede terug te brengen onder de Denen.