‘La marque des quatre’ van Arthur Conan Doyle is een detectivroman die werd geschreven aan het eind van de 19e eeuw. Het verhaal volgt Sherlock Holmes en Dr. Watson terwijl ze een complexe zaak onderzoeken: mevrouw Mary Morstan is op zoek naar haar vermiste vader, er worden jaarlijks mysterieuze parels gestuurd en er zijn geruchten over een verborgen schat die te maken heeft met soldaten uit India. In het begin van de roman wordt het onrustige karakter van Holmes en zijn gebruik van cocaïne beschreven, evenals zijn methoden van observatie en deductie (die worden gedemonstreerd door een grondige analyse van Watsons horloge). Mevrouw Morstan vertelt hoe haar vader jaren geleden verdween, dat ze sindsdien jaarlijks zeldzame parels heeft ontvangen en dat er een nieuw briefje is waarin ze wordt uitgenodigd voor een geheime afspraak. Holmes en Watson begeleiden haar naar deze plek; in het mistige Londen worden ze naar Thaddeus Sholto gebracht, die vertelt hoe zijn vader, majoor Sholto, de plotselijke dood van kapitein Morstan heeft verbergd tijdens een ruzie over een schat uit India. Hij legt ook uit dat hij bang was voor een man met één been en dat hij is gestorven onder mysterieuze omstandigheden. Thaddeus vertelt verder dat zijn tweelingbroer Bartholomew de schat heeft gevonden in een geheime kamer. Het groepje haast zich naar Pondicherry Lodge, waar een wantrouwige portier en een bezorgde huishoudster nog meer onrust veroorzaken. Bovenin het huis vinden ze Bartholomews laboratorium afgesloten; door het sleutelgat zien ze zijn angstaanjagende, bevroren gezicht. Als Holmes en Watson de deur forceren, komt het eerste drama van deze zaak aan het licht.
Wikipediacpagina over dit boek: fr.wikipedia.org/wiki/Le_Signe_des_quatre